Rotstuin of alpentuin

Iedereen kent wel de Alpenweiden met de klein blijvende, bloeiende planten en grasachtige.
Deze rotstuin kunnen wij voor u verwezenlijken in uw tuin, om uw eigen collectie rotsplanten te aanschouwen.
De rotstuin kan worden toegepast in elke tuin, groot of klein ,
zelfs op het terras kan men een mini rotstuin maken in een bloembak of schaal.
Een natuursteenmuur kan ook de ideale plaats zijn om uw rotstuin te maken tussen de vele voegen van de stenen.
Of een combinatie van deze vormen.
Wij kunnen hem naar uw smaak inrichten, zowel strak als los en verschillende natuursteen zijn mogelijk: van mineralen, granietsoorten, lava- kalk- - of zandstenen .
Hoogteverschillen kunnen Karakter geven aan de rotstuin.
Deze kun je verkrijgen door een heuvellandschap te creŽren maar ook gewoon
een hoogteverschil tussen de rotsen onderling verandert het Zicht

Wilt u meer weten wat wij kunnen doen voor neem dan contact met ons op

Paul Wolf tuindecoraties          
Krusemanlaan 2           
1701VM Heerhugowaard        
Telefoon: 0725721967
Mobiel: 0654384027   
ABN-AMRO Rek.NR 56.75.88.750  
KvK nummer 37073403         
E-mail:
paulwolf@quicknet.nl
http://www.paulwolftuindecoraties.nl/


 

Rotsplanten en hun beschrijving  ( is nog niet helemaal klaar maar wel te lezen )

 

 

Hoe maak je een rotstuin.

De aanleg is afhankelijk van de ligging en de grootte van uw tuin.

Maar rotsplanten hoeft u niet alleen in een tuin onder te brengen.

U kunt rotsplanten ook kwijt in bakken en schalen.

In het begin zult u er erg veel werk aan hebben, maar wanneer u eenmaal met het onderhoud kunt beginnen, zult u veel plezier hebben van een goed doordacht plan en een uitgebreide voorbereiding.
Hoewel publieke rotstuinen meestal erg groot zijn, kunt u in dergelijke tuinen veel ideeŽn opdoen.

Gaat u er vooral eens een kijkje nemen om te zien welke planten er gebruikt worden en hoe ze groeien ten opzichte van de zon.

 

 

Voor een goede tuin is zon en beschutting nodig.
De meeste rotsplanten hebben veel zon nodig.
De meeste soorten vinden het heerlijk om te bakken in de zon.

Maar er zijn ook enkele soorten die schaduw kunnen verdragen, zolang dat maar geen schaduw van overhangende takken is.
In een omgeving met bomen kunt u beter iets anders aanleggen dan een rotstuin.

Met allerlei sterke schaduwminnende en bodembedekkende planten hebt u daar al heel snel een mooier plekje gecreŽerd.
Wanneer u kiest voor een echte rotstuin, kunt u die het beste op een open plek maken.
Op hun natuurlijke standplaats krijgen ze immers meer dan genoeg zon.
Een plaats op het zuiden is dan ideaal.
Geef de planten indien mogelijk beschutting tegen de noorden- en oostenwind.
Weliswaar krijgen rotsplanten het in de bergen ook vaak zwaar te verduren, maar 's winters zijn ze verborgen onder een dikke laag sneeuw, die voor de nodige beschutting zorgt.

In ons vlakke Nederland is het lastig om een natuurlijk ogende rotstuin te maken, want maar weinigen van ons beschikken over een tuin die van nature glooit.
Natuurlijk zijn er streken waar het landschap enigszins glooiend is en waar zwerfkeien al op een natuurlijke manier zijn beland.
Zo'n streek biedt ideale mogelijkheden voor de aanleg van een rotstuin.

Maar ook als u in de polder woont, hebt u nog genoeg mogelijkheden om met rotsplanten aan de gang te gaan.
Dan moet u op zoek gaan naar een geschikte achtergrond waar tegen aan u de rotstuin kunt formeren.
En een glooiing in de tuin is natuurlijk zo gemaakt.

Ook kunt u een rotstuin maken als overgang naar een moeras- of een heidetuin.

 

 

Een helling als achtergrond
Een mooie achtergrond voor een rotstuin is bijvoorbeeld een groep heesters die zo aangeplant is dat het lijkt alsof er bergen op de achtergrond zijn. Tegen zo'n achtergrond kunt u een prachtige rotstuin creŽren.
U graaft op enige afstand van de heestergroep de grond uit, zodat u genoeg ruimte hebt om een natuurlijk ogende helling te creŽren.
Met de uitgegraven grond maakt u de helling.
Maak die helling niet al te regelmatig; hier en daar een inham en een mooi ruggetje staan mooier.
Door hier en daar een stuk open te laten, oogt een rotstuin erg natuurlijk.

 

 

Voorbereidende werkzaamheden
Zoals al eerder is opgemerkt, is het van essentieel belang dat u zorgt voor een zeer goede afwatering en natuurlijk ook voor een goede grond. Voor rotsplanten is een goede grond echter minder belangrijk voor een goede groei dan de juiste standplaats. Een zonminnaar die in prima grond, maar op een schaduwrijke plaats staat, zal op den duur toch wegkwijnen. Verder moet een goede rotstuin er natuurlijk uitzien. Probeer dus als het even kan stenen te gebruiken die enigszins bij het landschap passen. Gelukkig biedt een rotstuin u nog genoeg ruimte voor uw eigen creativiteit.

Maak voordat u ook maar ťťn steen legt eerst de plaats waar de rotstuin komt volkomen onkruidvrij. Als u dat niet van tevoren doet, zal uw rotstuin later enorm veel onderhoud vergen.

 

 

Puin in zware grond
Zware grond is slecht doorlatend en de meeste rotsplanten houden van een goed doorlatende bodem. Men kan de grond verbeteren door puin en of zand aan te brengen.

 

 

De aanleg
Als u aan de bovenstaande voorwaarden hebt voldaan, kan men beginnen met bouwen. Hoewel u in principe op elk moment met de aanleg van een rotstuin kunt beginnen, kunt u dat toch het beste bij droog weer doen. Als stenen nat zijn, glijdt u snel uit. Begin met het uitgraven van de grond om daarmee een glooiing te kunnen maken. Zorg er altijd voor dat het uitgegraven stuk iets groter is dan de geplande rotstuin. Houd uw ontwerp ook altijd zo eenvoudig mogelijk. Een ingewikkelde tuin heeft weinig effect. Het kan beslist geen kwaad tijdens het werken af en toe te kijken hoe de tuin wordt.

 


 

Het ontwerpen van de rotstuin
Een mooie rotstuin begint met een goed ontwerp.
U kunt bijvoorbeeld een soort holle weg maken waarbij de glooiingen die met rotsstenen en planten zijn opgevuld, uitmonden in een paadje.

U kunt kiezen of u het pad van noord naar zuid laat lopen, waarbij de beide glooiingen even veel zon krijgen, of van oost naar west, waarbij u een zuidelijke glooiing krijgt.

Op deze glooiing kunt u warmteminnende soorten zetten.

Op de tegenoverstaande helling kunt u onder andere de Kabschia-saxifraga's een plaatsje geven.

Deze houden doorgaans niet van directe zon.

In plaats van de holle weg kunt u de glooiingen ook laten eindigen in een waterpartij.

Zo'n waterpartij kan in de eerste plaats dienen om het teveel aan regenwater op te vangen, maar ze heeft bovendien als voordeel dat het verdampende water in een warme zomer voor afkoeling zorgt en voor een hogere luchtvochtigheid rond de planten die op de rotspartij staan.

Bovendien geeft zo'n waterpartij u weer meer mogelijkheden voor andere planten.

U trekt met water meer vogels aan, die er graag komen bad deren.

Ze zorgen er samen met kikkers en padden voor dat schadelijke insecten in uw tuin geen kans krijgen.

Ook kunt u in een hoek van de tuin een heuvel maken die oploopt naar een achtergrond van heesters.

 

 

De stenen aanbrengen
De stenen die in de natuur in lagen liggen, zijn daar meestal bedekt met grond. Probeer dat in uw tuin na te bootsen door de breedste kant van de stenen boven te leggen. Het is het mooiste om de sterkst verweerde kant van de steen te zien. Zorg ervoor dat de stenen stevig en enigszins schuin in de grond worden gezet. Zo bevordert u niet alleen de veiligheid, maar kunnen de planten bovendien optimaal profiteren van het water dat door de stand van de stenen naar binnen loopt. Als u de stenen recht legt, loopt het water erlangs en hebt u in een mum van tijd een verdroogde rotstuin.

Gebruik alleen stenen die u zelf kunt tillen en begin van onderaf te bouwen. Elke laag stenen is weer een soort kering voor de volgende laag stenen. Als de eerste laag stenen stevig ligt, kunt u met de twee de laag beginnen. Zo bouwt u verder totdat u de gewenste hoogte hebt bereikt. De bovenste 30 cm van de rotstuin moeten zeer goed water doorlaten. Breng daartoe gebroken puin, eifeliet-lava of split aan.

Door stenen van verschillende grootte te gebruiken, krijgt u een zo natuurlijk mogelijk effect. Laat tussen de stenen grote gaten open, waarin u grond aanbrengt zodat de planten er later in kunnen groeien. De gaten moet groot genoeg zijn om de planten de vereiste ruimte te geven. Terwijl u met de aanleg van de rotstuin bezig bent, kunt u ook alvast spleten aanbrengen waar de planten in komen die verticaal groeien.

 

 

Planten tijdens de aanleg
Er zijn planten die graag verticaal groeien, zoals: Physoplexis, Lewisia, Haberlea,. Ramonda.

Ook een aantal andere planten kunt u in spleten kwijt, bijvoorbeeld Erigeron karvinskianum, Aubrieta deltoidea, Saponaria ocymoides, Sedum acre en Silene maritima.
Deze planten plant u al tijdens de aanleg.

Vul de rotsspleten voor het planten met turfmolm.

Gebruik liever turfmolm dan tuinturf.

Tuinturf laat zich veel moeilijker mengen dan turfmolm en is bovendien bijna niet meer vochtig te krijgen als het eenmaal is uitgedroogd.

Druk de planten nu in de vochtige turfmolm zonder hun kluit samen te drukken.

Als u de kluit moet samendrukken, is de spleet te nauw.

Maar aangezien u nog in het stadium van aanleg bent, kunt u de spleet eenvoudig breder maken.

Om te voorkomen dat de grond uit de spleet wegspoelt, zet u boven zo'n rotsspleet een stuk steen.

 

Materialen in de rotstuin
We zien hoe langer hoe meer de toepassing van rotsblokken, marmerstukken of mooie zwerfkeien in tuinen, of dat nu rotstuinen zijn of niet.

Vaak accentueren opstaande stukken leisteen het ontwerp van de tuin of verlenen decoratieve stenen een tuin een Japanse sfeer.

Probeer het eens uit.

Alle steensoorten, behoudens de zuidlimburgse mergelsteen moeten uit het buitenland geÔmporteerd worden.

In tegenstelling tot andere landen is het aantal Nederlanders met een rotstuin nog niet erg groot.

Maar het aantal groeit wel.

Ook tuincentra zijn steeds meer en mooier materiaal gaan verkopen.

Welke materialen u gebruikt, hangt niet alleen af van uw smaak, maar ook van de vraag of het materiaal geschikt is voor een rotstuin.

Door hun eeuwenlange blootstelling aan natuurkrachten en met name aan water uit de rivieren en bergstromen hebben ze hun typische vorm en structuur verkregen. Sommige steensoorten zijn zo hard dat u die beter voor iets anders kunt gebruiken. Een tuin behoeft niet uit een steensoort te bestaan. Meerdere soorten kunnen tot verrassend mooie tuinen leiden.

 

Steensoorten
U kunt natuurlijk gewoon bij een tuincentrum gaan kijken welke stenen u het mooist vindt. Toch een korte beschrijving van veel voorkomende steensoorten.

Carara-kejen zijn spierwitte en gladgeslepen keien die in een rotstuin niet echt mooi zijn.
Ze zijn wel mooi in een Japanse tuin of een andersoortige keientuin.

Ze zijn ongeschikt voor zeer precieze mensen, want ze slaan groen uit en worden vuil door de regen.

Het Zuidlimburgse mergelsteen is een zachte steensoort met een zachtgele kleur.

Het zou goed te gebruiken zijn, ware het niet dat het bij de tegelleveranciers wel genoemd wordt, maar praktisch nooit in voorraad is.

Het wordt ook zelden gebruikt in de rotstuin.

Tufsteen is de steensoort bij uitstek in de rotstuin.

Het is een tamelijk jong gesteente van slechts 150.000 jaar oud.

Het is een afzettingsgesteente dat op unieke wijze ontstaat.

In beekjes met erg kalkrijk water worden, het hele jaar door, laagjes van maximaal 1 mm calciumcarbonaat afgezet op de in het water aanwezige blaadjes, dennennaalden, riet, wieren, mossen enz.

Dit organische materiaal verteert in de loop der tijd en er blijven kalkskeletten over.

Omdat dit proces jarenlang plaatsvindt, wordt er op den duur een dikke laag kalkskeletten opgebouwd en ontstaat tufsteen.

Tufsteen kan zowel binnen als buiten gebruikt worden voor zowel kalkminnende als zuurminnende planten.

Aanvankelijk is tufsteen een beetje gelig, maar het wordt al snel wat grijzig.

Doordat de structuur van tufsteen erg grillig is, kunt u er een heel natuurlijk geheel mee creŽren.

U kunt rotsplanten rechtstreeks in de steen zetten door er gaten in te boren.

Andere planten zaaien zich er gemakkelijk in uit.

Ook kunt u tufsteen verwerken tot een waterelement door er gaatjes in te boren en het aan de onderkant aan te sluiten op een waterpomp.

Zoek wel een goede kwaliteit, want te zachte tufsteen valt gemakkelijk uit elkaar en dat verandert, meestal niet in positieve zin, de hele vormgeving van uw rotstuin.

Tufsteen is vooral prachtig als het in een glooiend terrein wordt verwerkt.

Lavasteen is het beste en het mooiste te gebruiken in combinatie met andere steensoorten.

Het is een donkerrode, nogal somber aandoende steen die door zijn poreuze werking en gaten heel geschikt is voor rotsplanten.

Bovendien is het een licht materiaal dat u gemakkelijk kunt verwerken.

Een te groot vlak van lavasteen is nogal opzichtig.

Vulkaansteen is een andere steensoort die u heel goed in de rotstuin kunt gebruiken.

Het heeft echter wel een opvallende gele kleur.

Ook deze steen is aardig poreus en bevat kleinere holten waarin de planten zich kunnen nestelen.

Helaas gedijen niet alleen gekweekte planten erin; ook onkruid probeert een plaatsje te bemachtigen op deze poreuze steen.

Houd onkruid dus goed in de gaten, want het is heel lastig uit de talloze gaten te verwijderen.

Maanrotssteen is een tamelijk dure steensoort die vooral erg mooi is door zijn structuur.

Het heeft heel veel holte, zodat u een groot aantal planten uit kunt zetten op de steen.

Meestal worden een paar van deze stenen gecombineerd met een wat goedkopere soort.

Hoogovensslakken.

Deze slakken worden veel gebruikt als verhardingsmateriaal, maar zijn ook geschikt in een rotstuin omdat ze poreus, licht en vrij gemakkelijk te leggen zijn.

Het materiaal is donker en heel neutraal van kleur.

Planten vinden er goed hun weg op.

Maaskeien zijn keiharde stenen die door rivieren zijn meegevoerd.

Voor planten zijn ze ongeschikt, omdat ze geen water kunnen opnemen.

Bovendien kunnen de planten zich er niet aan hechten, omdat de steen zo glad is.

Ze zijn wel geschikt voor een morene.

Ze zijn er in allerlei kleuren, van witgeaderd tot grijsbruin.

Voor de Moršnekeien geldt hetzelfde als voor de maaskeien, maar ze zijn nog iets meer afgeslepen en vuilgrijs van kleur.

Met zulke afgeslepen stenen kunt u heel mooi een waterloop of rivierbedding aanleggen.

U kunt ze ook gebruiken als opvulling tussen andere rotsstenen.

Rode flagstones worden al heel lang in de tuin toegepast, vooral voor paden en terrassen.

Er zijn regelmatige en onregelmatige flagstones, die met hun mooie rode kleur een schitterende ondergrond kunnen zijn voor rotsplantjes die in hun voegen groeien.

Verder zijn ze heel geschikt als stapstenen.

Er zijn ook flagstones in een andere kleur.

Zo is er de groengrijze alfa-kwartsietflagstone een gele Solnhofer en een rode Weser-flagstone.

Deze platen kan men ook in een stapelmuur verwerken.

Let goed op de dikte van de platen.

Weser-blokken hebben dezelfde kleur als flagstones, maar zijn veel dikker en daardoor ook minder breekbaar.

Ze zijn vooral geschikt voor de opgaande kanten van een verhoogd bed.

Granietblokken worden in de rotstuin vooral gebruikt als traptreden.

Trottoir- en gewassen-grindtegels kunnen gehalveerd goed gebruikt voor het stapelen van een muurtje.

Maar ook voor een verharde tuin zijn deze tegels heel geschikt, vooral vanwege hun lage prijs.

Als u een rotstuin te 'rotserig' vindt, maar wel graag tussen verhard materiaal tuiniert, leg dan cobblestones aan.

Zo'n tuin zou dan in plaats van rotstuin verharde tuin kunnen heten.

In een verharde tuin kunt u ook met wat hogere vaste planten en struiken werken.

In een verharde tuin passen ook grijze of witte breukstenen.
Omdat deze stenen te hard zijn en te weinig vocht opnemen, kunt u er geen planten op laten groeien.
Maar planten gedijen prima tussen stenen.
Er zijn natuurlijk nog veel meer mooie steensoorten.
U kunt ook naar het buitenland gaan om te kijken wat daar wordt aangeboden.
Vaak verkoopt men daar toch weer heel ander materiaal dan hier.
Als u besluit om een heel andere rotstuin aan te leggen dan iedere ander, zult u uw ogen elders de kost moeten geven.

 

 

Beplanting van de rotstuin
Net zoals bij 'gewone' planten zijn er onder de rotstuinplanten zonaanbidders en planten die ook zonder zon, in de schaduw zelfs beter, gedijen.
Voordat u begint met planten, doet u er verstandig aan eerst uit te zoeken welke plant voor een zonnige plaats in aanmerking komt.
Denk daarbij niet alleen aan vaste planten, maar ook aan bollen en coniferen of andere groenblijvende struiken.
Deze zorgen voor kleur in de winter.

Schets op papier waar u de planten globaal wilt hebben.
Zo'n schets hoeft niet zo uitgebreid te zijn als wanneer u een border gaat beplanten, maar als u een globale schets hebt gemaakt, kunt u nog eens goed kijken of de juiste plant op de juiste plek staat en vooral ook of u niet veel te veel hebt gepland.

Houd goed rekening met de groeiruimte die een plant nodig heeft.

De planten zijn bij aanschaf nog wel heel klein, maar ze moeten zich wel kunnen uitbreiden.

Als u een goed doordacht beplantingsschema hebt, kunt u met het planten beginnen.

Begin met een raamwerk van de heesters en coniferen, die ook in de winter nog wat kleur opleveren.

Het is mooi om er een compositie van te maken met een enkele opgaande conifeer tegenover een lage, bosjesvormende struik.

Of combineer een mooie bolvormige heester met een struik met hangende takken die als een waterval over de rotsstenen naar beneden hangen.

Niets is droeviger dan een regenachtige, grijze winterdag waarop ook in de tuin niets te zien valt.


Dan planten
U moet voor elke plant een flink plantgat maken en dat vullen met tuingrond vermengd met zand en turf.

Een vuistregel is dat een plant in de tuin net zo diep komt te staan als ze op de kwekerij of in een pot stond.

Als de wortels van een opgepotte plant door de pot heen zijn gegroeid, moet u ze voorzichtig losmaken en proberen ze zo min mogelijk te beschadigen. Scheur ze nooit af U kunt ze eventueel wel afknippen.

Hoe meer de wortels beschadigd zijn, hoe meer moeite ze hebben om aan te slaan.

Een jonge plant met een niet te groot wortelgestel bezorgt u minder verrassingen dan een wat oudere plant.

Doordat bij de jonge plant de wortelkuit nog betrekkelijk klein is en het groene gedeelte nog niet al te groot, zal zo'n plant gemakkelijker aanslaan dan een ouder exemplaar.

U kunt de kluit het beste voorzichtig platdrukken voordat u de plant in de grond zet.

Als de plant op haar plaats staat, vult u het gat op met het reeds genoemde grondmengsel en drukt u alles stevig aan.

Afhankelijk van de te planten materialen, kunt u voor kalkminnende planten nog wat magnesiumhoudende poederkalk door de grond mengen.

Als u alle planten in de grond hebt staan, brengt u een dun laagje grind aan en geeft u alle planten water.

Ook wanneer het steeds droog is, blijft u regelmatig water geven; de planten moeten aan de groei blijven.

 

 

De planttijd
Nu planten in containers worden verkocht, kunt u eigenlijk het hele jaar door planten, behalve als er sneeuw ligt.

Voor planten die op de kwekerij in de volle grond staan, is het beter dat u zich echt houdt aan de gebruikelijke planttijden.

Als u gewoon in de herfst en de lente plant, is de kans op uitdroging veel kleiner.

Bladverliezende heesters en bomen plant u vanaf de tijd dat ze hun blad hebben laten vallen tot aan de tijd dat de vorst echt inzet.

Dan kunt u beter pas weer planten als het blad weer uit gaat lopen in het voorjaar.

Groenblijvende heesters plant u in april of september.

Poot voorjaarsbloeiende bollen in het najaar, bijvoorbeeld in september, en najaarsbloeiende bollen in het voorjaar.

Geef kruidachtige rotsplanten de kans nog voor de winter aan te slaan.

Dat betekent dat u ze of in het voorjaar, de vroege zomer of heel vroeg in de herfst plant.

Als er dan een winter met veel vorst komt, zijn de wortels al zo sterk gegroeid dat ze meer weerstand hebben tegen de kou waardoor de planten zouden kunnen bevriezen.

Ook in een te natte grond slaan de planten moeilijk aan, dus plant in een enigszins droge grond.

Als het raamwerk ingeplant is, kunt u de vaste planten gaan planten.

U kunt hier uw fantasie de vrije loop laten om er een boeiend spektakel van te maken.

Vergeet niet regelmatig uw schets te raadplegen waarop u had aangegeven hoeveel ruimte een plant moet hebben.

Vergeet ook niet dat ze de concurrentie met haar buurvrouw aan moet kunnen.

Houd ook rekening met de stand van de zon en de gewenste hoogte in de rotstuin.

Een plant die veel water nodig heeft, vindt een laag plekje prettiger, terwijl een grijsbladige plant graag wat hoger in de rotstuin staat.

Al deze vragen komen opnieuw aan de orde terwijl u aan het planten bent.

En ook al hebt u een mooie tekening gemaakt, dan nog is het handig om eerst de planten los neer te zetten voordat je ze in de grond zet.

Dan kunt u nog wat veranderen.

Dat kan later natuurlijk ook wel, maar dan kost het meer moeite.

Houd ook rekening met de groeiwijze van de plant.

Vaak kunt u aan haar vorm zien hoe u haar het beste neer kunt zetten.

Zorg vooral voor afwisseling, net zoals u in een border zou doen.

Het staat niet mooi als er aan ťťn kant alleen maar kussentjes te zien zijn en aan een andere kant allemaal ijle planten.

 

 

Alternatieven met rotsplanten
De mogelijkheden om een rotstuin aan te leggen, zijn niet altijd aanwezig. Het kan zijn dat u kampt met ruimtegebrek of dat de ligging van uw tuin verre van ideaal is voor een rotstuin.

Toch hoeft dat u er niet van te weerhouden om met rotsplanten te werken.

Rotsplanten hoeft u niet perse in een rotstuin onder te brengen; ook op muren en in grindbedden voelen ze zich prima thuis.

Het planten op muren of grintbedden zal aanvankelijk het nodige werk kosten, maar ook hierbij zult u er veel plezier van hebben als u bent begonnen met een goed doordacht plan en de juiste voorbereidingen getroffen hebt.

 

 

Alternatieve ontwerpen en elementen

Als u vindt dat er in uw stadstuin geen natuurlijke rotstuin past, zou u kunnen overwegen een architectonische ofwel regelmatige rotstuin te maken.

Dit houdt in dat u al van tevoren op papier een ontwerp moet maken met strakke lijnen.

Hoewel u voor een architectonische tuin ook met hoogteverschillen moet werken, gaat u nu uit van regelmatige rotstuin stenen en blokken, bijvoorbeeld granietblokken, behakte stenen

regelmatige flagstones enz.

In plaats van onregelmatig gevormde stenen.

Een rechthoekige vijver of een zitkuil past heel goed in zo'n ontwerp.

In zo'n strak plan kunt u net zo veel planten kwijt als in de natuurlijke rotstuin.

Verhoogde bedden afgewisseld met terrasjes, paden en trapjes zijn dan de te beplanten onderdelen.

Met de uitgegraven grond van bijvoorbeeld van de vijver kunt u een verhoogd bed maken, dat wordt afgezet met een keermuurtje.

En ook in zo'n keermuurtje kunnen allerlei planten een plaats vinden.

Denk maar eens aan Aubrieta Arabis, Cerastium, Cynbalaria inuralis en Iberis.


De architectonische
Zo'n keermuurtje kunt u van natuursteen, maar ook van klinkers maken. Het is maar wat u zelf het mooiste vindt of wat het beste bij uw huis past. Om een keermuurtje te maken, moet u eerst voor een goede fundering zorgen.

Afhankelijk van de grondsoort waarop u tuiniert, graaft u een geul van zo'n 30- 40 cm diep.

Op de bodem legt u een laag puin die u flink aanstampt.

Leg daar een laag oude stenen op die u met specie samenvoegt.

Daarop metselt u dan een muurtje.

Als u natuursteen gebruikt, neem dan mooie, niet te grote stenen.

U kunt ze in een goed tuincentrum kopen.

Zorg er ook voor dat de muur enigszins achterover helt: zo'n 10 cm bij een laag muurtje en zo'n 20 cm bij een muur van 1 m hoogte.

Het behoeft geen betoog dat het erg belangrijk is dat u zo'n muur met de nodige zorgvuldigheid bouwt.

Zet de mooiste planten in het bovenste gedeelte van de muur.

Een plant zal in eerste instantie hangen, maar als ze eenmaal goed aangeslagen is, kan ze naar alle kanten uitgroeien.

Maak de plantgaten niet te groot.

Het is het mooiste om de planten in een onregelmatig patroon over de muur te verspreiden: nu eens drie planten, dan weer vijf.

Zo voorkomt u dat het geheel eentonig wordt.

Beplant niet de hele muur. Laat ook stukken open, want overdaad schaadt.

Op een muur of in een rotstuin doet het er minder toe of de bloemkleuren harmoniŽren dan in een gewone border.

Temeer omdat de vlakken die u met rotsplanten vult nooit zo groot zijn als die in een border.

Aan de zonzijde kunt u onder andere Acantholimon, Aster alpinus Campanula carpatica en C. cochlearifolia, Dianthus gratianopolitanus, Onosma, Saponaria ocymoides en Sedum planten. Voor de schaduwzijde kunt u denken aan Arenaria balearica, Asplenium trichomanes, Haberlea rhodopensis, Corydalis lutea en Ramonda.

 

Een vijver in de rotstuin
Bij het aanleggen van een vijver kan men het beste gebruik maken van vijverfolie.

Vijverfolie is in elk goed tuincentrum te koop.

N eem vooral niet de goedkoopste soort, want bij vijverfolie is er een groot verschil in kwaliteit.

Ze moet heel stevig zijn, want niets is erger dan na veel gezwoeg een mooie vijver te hebben gemaakt die vervolgens lek raakt.

Er is een vezelversterkende folie in de handel die erg goed voldoet.

Folie die geschikt is voor een vijver, is circa 0,5 mm dik.

Ze zit op rollen van 4, 5, 6 of 8 m breed.

Tel voor de folie zowel 1,5 m bij de lengte als bij de breedte van de vijver op.

 Het is heel handig om een lange tuinslang of een stuk touw te gebruiken om de vorm van de vijver uit te leggen in de tuin.

U kunt goed bekijken of die vorm u bevalt.

Hoe eenvoudiger de vorm, hoe gemakkelijker en goedkoper de aanleg wordt.

Kies een plek voor de vijver waar de zon ten minste vijf uur op het wateroppervlak staat.

Als uw vijver de hele dag in de zon ligt, kunt u zowel met vaste planten en struiken als met grassen en groepen waterlelies voor schaduw zorgen.

 

 

 

Het terras
Het terras biedt u eveneens leuke mogelijkheden tot experimenteren.
Met verschillende mooie rotsplanten kunt u van uw soms wat monotone terras een uitbundig feest van leuke bloeiende en groene kussentjes maken. Maar bedenk wel dat er maar weinig planten tegen schrobben en betreden kunnen.

Voor het terras zelf kunt u allerlei tegels en klinkers gebruiken, afhankelijk van uw smaak.
U kunt plantvakken in allerlei vormen uitsparen, waarin u rotsplanten en eventueel wat laagblijvende heesters en coniferen kunt zetten.
Ook kunt u planten zichzelf laten uitzaaien tussen de tegels.
Als u grote tegels gebruikt, liefst met een enigszins ruw oppervlak, dan kunnen planten, al kruipend over de stenen, de harde, rechte vormen vervagen, zodat er een mooie tegenstelling ontstaat tussen de duidelijk door de mens gemaakte lijnen en hetgeen wat in de natuur groeit.
Maar ook tussen klinkers kan zo'n soort compositie ontstaan

Planten die op deze manier een terras verfraaien, zijn bijvoorbeeld door elkaar heen woekerende tijm en steenanjertjes.
Probeer tijm niet op deze manier met Sedum te combineren, want dat wordt een grote teleurstelling.
De Sedum zal de tijm volledig overheersen.

Met Acaena (stekelnootje), Antennaria, Arenaria, Armeria, heide, Iberis en Saxifraga kunt u een terras heel leuk aankleden, evenals met winterakonietjes, krokusjes en sneeuwklokjes voor het vroege voorjaar.
Vul het terras desnoods nog aan met kruipende Cotoneaster, een laagblijvende Berberis en een dwergroos, die met haar mooie bottels nog heel lang kleur geeft aan uw terras.

Maar niet alleen tussen de tegels, ook op de tegels kunt u met rotsplanten aan het werk.
Door op een verantwoorde wijze troggen, bakken en schalen op uw zitje te zetten, kunt u ook vanuit uw zitkamer genieten van de kleur en schoonheid van rotsplanten.

 

Rotsplanten in plaats van gras
Een heel wat moeilijker te handhaven manier om rotsplanten te kweken, is ze te laten groeien op de plaats die u voor het gazon had bedacht. Chamaemelum nobile 'Treneague' (loopkamille) en Thymus serpyllum zijn hiervoor de meest gebruikte soorten, maar u kunt ook eens Antennaria dioica (rozenkransje) proberen.

Helaas vergt een gazon van rotsplanten veel onderhoud.

Het onkruid moet zorgvuldig worden gewied, en zelfs dan zult u merken dat u na een paar jaar toch weer opnieuw kunt beginnen met wieden.

 

 

Een alpenweide
De alpenweide lijkt sterk op het gazon van rotsplanten.

Het verschil is echter dat in alpenweiden ook grassen staan.

U kent ze vast wel, die weiden hoog in de bergen, die in de zomer bezaaid zijn met kleine, vrolijk bloeiende plantjes.

Zaai voor een alpenweide een wild alpenmengsel, waaruit zowel grassen als vaste planten zullen voortkomen.

Het is heel lastig om een goed evenwicht te bewaren tussen de gras- en zeggensoorten enerzijds en de plantjes anderzijds.

De planten die eventueel in de alpenweide kunnen staan, zijn onder andere Genista sagittalis, Helianthemum 'Wisley Pink', Dactylorhiza, gentianen, tijm en Sagina.

U kunt de prachtige Engelse muurtjes tot voorbeeld nemen, maar u kunt ook een geheel eigen idee uitwerken.

 Doormidden gebroken trottoirtegels die met de breukkant naar voren op elkaar waren gestapeld is bijvoorbeeld een goed idee.

Daar was geen metselwerk aan te pas gekomen.

In de gaten tussen de stenen aan de zonkant kunt u Lexica, Saxifraga longifolia en Sempervivum montanum zetten en in de schaduw kunt u denken aan Cymbalaria muralis, Pratia pedunculata, Ramonda en Haberlea.

Deze muurtjes zijn vooral geschikt om de zogenaamde spleetplanten in te herbergen, als ze tenminste niet vrij staan.

Door de achterliggende grond blijven de muurtjes koel en kunnen de planten zich goed ontwikkelen, vooral die planten die u nog tijdens de bouw van de muur plant. Maar u kunt de planten ook pas aanbrengen als de muur klaar is.

Dit vraagt wel meer geduld.

De naam 'drooggestapeld' geeft al aan dat er geen cement aan de muur te pas komt.

Wel zult u een fundering moeten maken.

U graaft een geul, die op zwaardere grond minder diep hoeft te zijn dan op lichte grond, waar u vervolgens een laag puin in stort.

Daarop metselt u een laag stenen.

Zorg vooral voor een redelijk brede ondergrond.

Nu kunt u met het stapelen beginnen.

U kunt de muur het beste ook weer iets achterover laten hellen.

Het stapelen van de stenen is nog een kunst op zich.

Ook kunt u proberen rotsplanten te kweken in een vrijstaande muur, maar de ervaring leert dat u zich dan zult moeten beperken tot een klein assortiment.

Kleine varens Sedum en Sempervivum tectorum (de gewone huislook) zijn plantjes die met heel weinig grond tevreden zijn.

 

 

 

 

 

 

Een verhoogd bed
In een verhoogd bed kunt u heel plezierig planten en, in dit geval, rotsplanten kweken. Een bed is overzichtelijk en gemakkelijk te onderhouden.

Bovendien is het een veel goedkopere en minder ruimte vergende manier om prachtig bloeiende rotsplanten te verzamelen.

Dat is dan meteen ook de reden dat deze manier van rotsplanten kweken steeds populairder wordt

De hoogte van zo'n bed, dat u tussen twee parallelle muurtjes aanlegt, kan variŽren van ca. 30- 80 cm .

Het geeft vooral de fanatieke verzamelaar een wereld van mogelijkheden en hij kan op deze manier zo veel mogelijk piepkleine plantjes op een zo klein mogelijke plek bij elkaar zetten.

Helianthemum, Aubrieta, Dianthus, kortom alles wat u maar wilt, kunt u in het verhoogde bed kwijt.

 

Een veenbed
Een veenbed is een bed waar geen rots of steen aan te pas komt. Het bestaat louter uit zure grond die tot op een behoorlijke diepte vermengd is met turf: 1 deel turf op 1 deel grond. ')

Daarom lijkt het enigszins onlogisch om een veenbed op te nemen in een boek over rotsplanten.

Toch hoort het veenbed erbij, want ook in de bergen zien we vaak van die delletjes met een vochtige, zure grond. De planten die daar in groeien, zijn dan ook geen rotsplanten maar alpiene planten.

Rotstuinliefhebbers gebruiken zo'n veenbed om hun assortiment uit te kunnen breiden met zuurminnende planten.

Het is dus een aanvulling op de rotstuin.

Een ander voordeel van zo'n veenbed is dat het gemakkelijk en goedkoop is aan te leggen.

En het leuke is dat je de omstandigheden maar iets hoeft te wijzigen, bijvoorbeeld door wat kalk of puin aan de turf toe te voegen, om er een nog groter assortiment planten in kwijt te kunnen.

Het bed kan enigszins hellend liggen, heeft veel vocht nodig en moet een goede drainage hebben.

Dat kunt u weer bewerkstelligen met een flinke laag puin.

Ook kunt u er wat reliŽf in aanbrengen door muurtjes te bouwen van turfblokken.

Planten gedijen goed op dit materiaal en groeien over de hele muur, die daar steviger van wordt.

Veenplanten komen het meeste voor op bosachtige plaatsen, wat inhoudt dat ze van schaduw houden.

Daarom ook kunt u zo'n veenbed op een tamelijk lastig plekje op het noorden van de tuin aanleggen.

Binnen de kortste keren hebt u van een probleemplek in uw tuin iets prachtigs gemaakt.

Vooral in ons regenachtige klimaat is een veenbed een mooie oplossing.

In een streek met heel weinig regen hoeft u er niet aan te beginnen, tenzij u zorgt voor een kunstmatige besproeiing.

Want zoals gezegd mag turf niet uitdrogen.

Graaf turfblokken dan ook half in om te voorkomen dat ze uitdrogen.

Maak voordat u begint met de aanleg van het veenbed de grond geheel onkruidvrij en zorg ervoor dat het materiaal waar u mee aan het werk gaat voldoende vochtig is.

Als u besluit om een muurtje, van welk materiaal dan ook, om het veenbed heen te bouwen, spreekt het weer voor zich dat u dat enigszins naar achteren laat hellen.

De bouw van het veenbed is hetzelfde als bij het verhoogde bed, alleen is in dit geval een venige grondsoort de basis voor de planten.

Stamp het grondmengsel tussen de blokken steeds goed aan, anders komt alles veel te los te liggen.

Voor de beplanting in een veenbed komen de leden van de Ericaceaefamilie in aanmerking, waartoe onder andere de heidesoorten behoren.

Nu zijn dit niet de interessantste planten voor een veenbed.

Er zijn heel leuke andere planten die tot deze familie behoren, zoals de Pernettya, een schattig struikje met witte of paarse bessen die praktisch de hele winter aan de plant zitten.

Ook de lage Gaultheria-soorten en de Leucothoe met haar bamboeachtige uiterlijk zijn heesterachtigen voor een veenbed.

Voeg daar nog een aantal aardige vaste planten aan toe en u hebt het hele jaar door een aantrekkelijk veenbed.

Denk eens aan de betrekkelijk nieuwe Corydalis flexuosa met haar mooie blauwe bloemen of aan Codonopsis, Epimedium, Lewisia, Primula en vele andere zuurminnende planten.

 

 

Een grind of puinbed
Ook in grind of puin gedijt een groot aantal rotsplanten heel goed, zelfs als de ruimte beperkt is. Om een puinbed te maken, gebruikt u grof en fijn puin door elkaar tot een dikke laag. Meng nu wat klei door tuingrond en vermeng dit met het puin. U kunt het hele jaar door van zo'n bed genieten. Maar zoals bij alles geldt ook hier dat u er een mooi en verantwoord bed van kunt maken door het op een plek in de tuin aan te leggen waar zo min mogelijk schaduw is. In een grind of puinbed gedijen planten die houden van droge bladeren en een losse bodem, zoals Onosma alborosea, Dianthus alpinus, Campanula cochleariifolia, Edrajanthus graminifolius, Phlox subulata en Morisia monanthus.

 

 

Tufsteen
Ook op tufsteen kunt u uw favoriete rotsplanten een kans geven zich te ontwikkelen.

Deze stenen kunt u op zeer veel verschillende manieren gebruiken.

Ze zijn licht en dus gemakkelijk te plaatsen en te verplaatsen, bovendien zijn ze poreus en kunnen ze heel veel water opnemen, dat vervolgens weer langzaam door de plant kan worden opgenomen.

Natuurlijk kunnen ze bij lang aanhoudende droogte ook volledig uitdrogen, maar om dat te voorkomen kunt u, voordat u deze stenen gaat ordenen, een leiding door de stenen heen trekken, die in tijden van grote droogte voor voldoende vocht zal zorgen.

Zet eens Physoplexis comosum, of Campanula zoysii in tufsteen en u zult aangenaam verrast zijn door het resultaat.

Ook Jancaea, een zeer moeilijke plant voor de beginner, blijkt het op tufsteen goed te doen.

 

 

Is een lang verhaal ik hoop dat u er wat een gehad hebt.

Voor mij is het een passie om dit te maken.

Als u wil kan ik u helpen met het maken van uw rotstuin.

Zelf heb ik een kleine rosttuin als u intresse hebt kunt u een afspraak maken om het te bezichtigen.

 

Op aanvraag is er een plantenlijst te verkrijgen de lijst is te lang om het op het web te zetten. 

Extra foto van rotsplanten klik hier

Contact/gastenboek

 

Paul Wolf tuindecoraties          
          
1701VM Heerhugowaard        
Telefoon: 0725721967
Mobiel: 0654384027    
KvK nummer 37073403         
E-mail:
paulwolf@quicknet.nl
http://www.paulwolftuindecoraties.nl/